Kwijt of loslaten

Kwijt

Soms is zij de weg een beetje kwijt. Dat loopt zij te piekeren, te dwalen, te treuzelen, te zoeken. Zij kan het niet vinden. Nergens. Alles is leeg en kwijt. Is werkelijk alles kwijt? Eigenlijk niet. Zij weet het niet. Zij weet het gewoon niet. Zoekend loopt zij door de kamer, door de gangen, door de tuin, de straat. Kwijt.

Waar is de weg? Waar is de bestemming? Waar moet ik naartoe, denkt zij. Waar wil ik naartoe, denkt zij. Wat wil zij eigenlijk? Hoe komt het toch dat zij zich zo onrustig voelt. Hoe komt het toch dat zij het even niet weet. Wat was zij ook alweer aan het doen? Waar kwam zij vandaan? Wat doet zij hier? Kwijt.

RIJTJE

Alles op een rijtje zetten, dat helpt, zegt zij. Alles is wel heel veel, denkt zij. Waar te beginnen? Wat op een rijtje te zetten? Hoeveel rijtjes? Welke rijtjes? Het gepieker gaat maar door. Soms praat zij met anderen. Dan is het piekeren even kwijt. Fijn. Soms lacht zij met anderen. Dan is de onrust even kwijt. Ook fijn.

Op een rijtje zetten van dingen die zij belangrijk vindt, dat helpt, zegt zij. Belangrijke dingen op een rijtje zetten, onder elkaar of naast elkaar. Of in een soort woord-web. Dat geeft overzicht, dat geeft houvast, zegt zij. Zij weet het mooi te verwoorden, denk ik. Doen is wat anders. Kwijt. Van kwijt, naar zoeken en vinden is soms een stevige opdracht. Die opdracht is de moeite waard. De moeite en inspanning meer dan waard. Want kwijt is niet fijn. Lachen wel. En wanneer het overzicht terug gevonden is, dan gaat zoeken over in vinden, denkt zij. Heel fijn, denkt zij.

LOSLATEN

Eigenlijk is het sleutelwoord: loslaten … loslaten wat knelt. Hoezo kwijt. Er zit iets in de weg waardoor zij zich onrustig voelt. Tegen beter weten in vasthouden. Doen alsof zij zoekt. Doen alsof zij overzichtelijke rijtjes wil maken. Beter is: loslaten. Als het er toch moet zijn, is het niet kwijt. Dan komt het wel terug! Fijn.

Loslaten

 

Comments are closed.